Een gedeelde overwinning
De Elfstedentocht van 30 januari 1940 is in de geschiedenis blijven hangen om één bijzonder feit: er waren niet één maar vijf winnaars. Auke Adema, Sietze de Groot, Cor Jongert, Piet Keijzer en Dirk van der Duim reden in de slotfase als één groep, en ze besloten samen over de finish te gaan. In elf uur en dertig minuten werd hun gezamenlijke tijd genoteerd, en alle vijf de namen werden in de uitslag opgenomen als winnaar.
Het beeld van de vijf rijders die hand in hand over de eindstreep gleden, is een van de bekendste plaatjes uit de Elfstedengeschiedenis geworden. Het verklaart waarom de tocht van 1940 vaak wordt aangehaald wanneer het gaat over sportiviteit en kameraadschap op het ijs.
Waarom kozen ze voor een gezamenlijke finish?
De koppelvorming was geen toeval. De vijf rijders hadden grote delen van de tocht samen afgelegd, beurtelings kop trekkend, en ze hadden onderling de afspraak gemaakt om de overwinning niet op een sprintje te beslissen. Voor een dergelijk besluit was meer ruimte dan in latere edities: het nationaal niveau van de schaatssport was hoog, maar de Elfstedentocht had nog niet de keiharde wedstrijdcultuur die hij later zou krijgen.
Daarbij speelde de context van begin 1940 ook een rol. De oorlog was in Polen en Scandinavië al gaande, en in Nederland leefde een gevoel van onzekerheid. Saamhorigheid woog zwaar; een onderlinge sprint paste daar voor de vijf niet bij.
Vlak voor de oorlog
Niemand op het ijs wist op 30 januari 1940 dat Nederland binnen drie maanden onder Duitse bezetting zou komen. Toch hangt de tocht achteraf in een vreemd licht. Het is de laatste vooroorlogse tocht die in volle vrijheid werd verreden — de tochten van 1941 en 1942 zouden volgen onder de bezetting.
Voor de organisatie was 1940 een groot succes. Het deelnemersveld was fors, de doorkomststeden vol toeschouwers, en de afhandeling in Leeuwarden verliep soepel. De vijf winnaars werden in de finishlocatie ontvangen en gehuldigd als gelijken, zonder rangorde.
Wie waren de vijf?
Adema en De Groot zouden in de jaren erna nog opnieuw aan de start verschijnen, en allebei zouden ze nog een Elfstedentocht winnen — Adema in 1941, De Groot in 1942. Jongert, Keijzer en Van der Duim bleven met deze gedeelde zege hun belangrijkste Elfsteden-prestatie houden.
De combinatie van die vijf namen op één uitslag is uniek gebleven. In geen enkele latere editie is meer dan één winnaar genoteerd. Het maakt 1940 tot een geval apart in elk overzicht van alle winnaars.
Het ijs en de route in 1940
De winter van 1939-1940 was streng. Op de Friese vaarten lag dik en stevig ijs, en op de meeste trajecten kon op normale snelheid worden gereden. Toch waren er obstakels: op een aantal plekken stonden windbarsten en ruwheden, en bij enkele bruggen moest worden gekluund. De tocht voerde van Leeuwarden via de gebruikelijke route door alle elf steden — Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum — en weer terug naar de hoofdstad.
De vijf rijders die uiteindelijk samen finishten, hadden onderweg verschillende keren gewisseld in de kopgroep. In de buurt van Workum was die kopgroep nog groter, maar één voor één lieten andere rijders zich terugzakken. Pas tussen Franeker en Dokkum kristalliseerde de uiteindelijke vijftallen-formatie zich uit, en het was toen dat de afspraak over de gezamenlijke finish vorm kreeg.
Reacties in de pers
De Nederlandse kranten reageerden gemengd op de gedeelde overwinning. Sommige verslaggevers prezen de sportieve geest en de saamhorigheid, anderen verbaasden zich over het feit dat een wedstrijd zonder duidelijke winnaar werd beslecht. In landelijke sportbladen ontstond een discussie over de vraag of een wedstrijd waarin de uitkomst onderling wordt afgesproken nog wel als wedstrijd telt.
De Vereniging De Friesche Elf Steden besloot uiteindelijk om alle vijf de rijders als winnaar te erkennen. Op de huldigingsplaats werden alle namen genoemd, alle vijf werd de tijd toegekend, en alle vijf werd het bijbehorende eerbetoon gegeven. Pas later, bij het opstellen van nieuwe reglementen voor volgende edities, werd vastgelegd dat in de toekomst slechts één winnaar per editie zou worden aangewezen. 1940 bleef daarmee een uitzondering in het bestuurlijk geheugen van de tocht.
Een record dat onveranderd bleef
Sinds 1940 is geen enkele Elfstedentocht meer eindigde met meerdere winnaars op dezelfde tijd. Tussen aankomende rijders ontstaat tegenwoordig vrijwel altijd ten minste een marge van enkele seconden, en de organisatie heeft zelfs regels die voorkomen dat afspraken vooraf de finishstrijd vertekenen. Het beeld van vijf hand-in-hand finishende schaatsers blijft dus uniek in de hele geschiedenis van het evenement.
De vraag of de afspraak van 1940 sportief is geweest, kwam later regelmatig terug. Sommigen zagen het als een mooie gezamenlijke prestatie, anderen vonden het strijdig met het idee van een wedstrijd. Wat niemand bestrijdt, is dat het beeld een eigen leven is gaan leiden — als symbool voor wat een Elfstedentocht óók kan zijn: een collectieve onderneming, niet een individueel duel.
De erfenis van 1940
Vanaf 1942 zou de Vereniging De Friesche Elf Steden de regels rond koppelvorming aanscherpen. Gezamenlijke overwinningen werden door de organisatie niet langer aangemoedigd, en in latere reglementen werd ook expliciet opgenomen dat één winnaar moest worden aangewezen. In die zin is 1940 niet alleen historisch maar ook bestuurlijk een kantelpunt.
De tocht zelf bleef ondertussen wat hij altijd was: tweehonderd kilometer langs elf steden, op één dag, op eigen kracht. Voor de vijf winnaars van 1940 was het de laatste keer in jaren dat de Elfstedentocht in een onbevangen sfeer kon worden gereden.