Gereden Elfstedentochten

Elfstedentocht 1912 — winnaar Coen de Koning

Gepubliceerd: 13 mei 2026
Schaatsers en publiek op de Willemskade in Leeuwarden tijdens de tweede Elfstedentocht op 7 februari 1912
Schaatsers op de Willemskade tijdens de tweede Elfstedentocht, 7 februari 1912 · Foto: Onbekend (archief Elfstedenvereniging, archiefnr 205-09) — Public Domain via Wikimedia Commons

De tweede officiële editie

Drie jaar na de allereerste tocht was het op 27 januari 1912 opnieuw zover. Het ijs in Friesland had zich na een lange koudegolf voldoende gevormd, en de Vereniging De Friesche Elf Steden gaf groen licht voor de tweede officiële Elfstedentocht. Voor veel deelnemers was het de eerste keer dat ze zich aan de volle route waagden — de oorspronkelijke tocht uit 1909 was destijds nog een kleine, half-experimentele aangelegenheid geweest.

De winnaar werd Coen de Koning, een hardrijder uit Arnhem die zich in de jaren ervoor had laten zien op nationaal niveau. Hij passeerde de finish in elf uur en veertig minuten, ruim sneller dan Minne Hoekstra drie jaar eerder. Daarmee zette hij een tijd neer die voor die tijd opmerkelijk vlot was.

Wie was Coen de Koning?

De Koning was geen Fries, en juist dat trok aandacht. Hij was een wedstrijdschaatser met ervaring op de internationale kortebaan en op de lange afstand, en hij benaderde de tocht meer als een sportieve uitdaging dan als een traditioneel evenement. Zijn techniek en zijn tempo verschilden van de gemiddelde Friese rijder, die vooral op uithoudingsvermogen vertrouwde.

Vijf jaar later zou De Koning opnieuw winnen — een prestatie waar slechts weinig schaatsers in de geschiedenis aan zouden tippen. Lees over zijn tweede overwinning in het artikel over de Elfstedentocht van 1917.

Het ijs en de route

Het parcours volgde de inmiddels bekende lijn: vanuit Leeuwarden via Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum weer terug. Op een aantal trajecten was het ijs ruw door wind tijdens het bevriezen. In de buurt van het IJsselmeer (in 1912 nog de Zuiderzee) stond de wind vol op de schaatsers, vooral op het gedeelte richting Stavoren.

De organisatie was inmiddels iets professioneler dan in 1909. Er waren duidelijker afspraken over stempels en controles, en er kwamen meer toeschouwers naar de doorkomststeden. Toch bleef het evenement een sober georganiseerd geheel: weinig spandoeken, geen geluidsinstallaties, alleen mensen langs de kant en stempelaars in de stadhuizen of café's.

Sport of volkstocht

Bij de tocht van 1912 werd voor het eerst duidelijk zichtbaar dat er twee soorten deelnemers op het ijs stonden. Aan de ene kant de hardrijders die om de overwinning streden, aan de andere kant een groeiende groep tochtrijders die vooral wilden uitrijden. Die tweedeling — wedstrijd en toertocht — zou een vast kenmerk worden van elke latere editie.

De Koning won de wedstrijd, maar achter hem reden tientallen schaatsers die niet om snelheid maar om voltooiing gaven. Voor hen was een herinneringskruisje het doel, niet een plaats op het erepodium. In dit opzicht zette 1912 de traditie voort die in 1909 was begonnen. Het was ook deze tweedeling die het mogelijk maakte dat de Elfstedentocht uitgroeide tot een evenement met duizenden deelnemers in plaats van een wedstrijd voor enkele topschaatsers.

Doorkomststeden in beweging

Voor de elf doorkomststeden — Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en startstad Leeuwarden — was 1912 een belangrijke editie. Het werd duidelijk dat een Elfstedentocht voor de plaatselijke economie iets opleverde: cafés, herbergen en bakkers draaiden topdagen, en de zichtbaarheid van de stadjes in landelijke media was kort maar effectief.

Elke stad richtte zich op de stempelpost als ankerpunt. Schaatsers kwamen binnen, stempelden, kregen iets te drinken en vertrokken weer. In sommige gevallen bleven ze langer dan strategisch verstandig was, omdat de warmte van een café te aanlokkelijk werd. Wie de tocht serieus om snelheid reed, leerde zich tegen die verleiding te wapenen — een les die latere generaties hardrijders zouden internaliseren tot een vaste discipline.

Verzorging en uitrusting in 1912

Voor wie zich vandaag een Elfstedentochtrijder voorstelt met gel-bidons, energierepen en thermokleding, is 1912 een andere wereld. De schaatsers reden op leren noren — vaak zelf onderhouden — en droegen wollen kleding, soms met een wollen overhemd onder een korte jas. Sommigen schaatsten op blote knieën met hoge sokken, anderen in lange broeken die over de schaatsen omsloegen.

Voor de voeding tijdens de tocht namen rijders brood mee, eieren, soms een fles met warme thee of erwtensoep. Familieleden stonden op afgesproken plekken klaar om wat aan te reiken. Verzorging in de moderne zin was er niet. Wie blessure of bevriezing kreeg, kon naar een controlepost in een doorkomststad lopen of zich laten ophalen door iemand met een slee. De hardheid van de tocht zat niet alleen in de afstand, maar ook in de marges van wat onderweg mogelijk was.

De plaats van 1912 in de geschiedenis

De tocht van 1912 wordt zelden in één adem genoemd met de meest dramatische edities, en dat is begrijpelijk: er was geen storm, geen amputatie, geen oorlog. Maar juist daardoor laat 1912 zien wat de Elfstedentocht in de kern is: een lange dag op het ijs, een winnaar, en een groot aantal rijders die de afstand voltooien.

Wie de tocht in de bredere context wil zien, kan terecht in het overzicht van alle winnaars. Daar staat onder andere dat De Koning de eerste schaatser werd die de tocht twee keer wist te winnen, een prestatie die hij in 1917 zou herhalen. Vanuit dat perspectief is 1912 niet alleen de tweede editie, maar ook het begin van de eerste legendarische naam in de Elfstedengeschiedenis.

Veelgestelde vragen
Wie won de Elfstedentocht van 1912?
Coen de Koning, in een tijd van elf uur en veertig minuten.
Op welke datum werd de tocht van 1912 verreden?
Op 27 januari 1912.
Was Coen de Koning een Fries?
Nee, hij kwam uit Arnhem en was een wedstrijdschaatser met ervaring op kortebaan en lange afstand.
Hoeveel keer won Coen de Koning de Elfstedentocht?
Twee keer: in 1912 en opnieuw in 1917.